Amsterdam, Ronde Lutherse Kerk

   

   
   

   
   

 
   
De dispositie van het Bätz-orgel: (1830)  
Hoofdwerk: (C-f3)
Prestant 16 (disc. dubbel)
Bourdon 16
Octaaf 8 (disc. dubbel)
Roerfluit 8
Octaaf 4
Gemshoorn 4
Quint 3 (disc. dubbel)
Octaaf 2 (disc. dubbel)
Mixtuur IV-VIII
Scherp IV-VI
Sexquialter III D
Trompet 16
Trompet 8
Rugpositief: (C-f3)
Prestant 8 (disc. dubbel)
Holpijp 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur III-VI
Scherp III-IV
Sexquialter III D
Cornet V
Fagot 16
Trompet 8
Tremulant
Bovenwerk: (C-f3)
Prestant 8
Baarpijp 8
Viola di Gamba 8
Quintadeen 8
Prestant 4
Openfluit 4
Roerquint 3
Woudfluit 2
Flageolet 1
Quartaan II
Dulciaan 8
Vox Humana 8
Tremulant
Pedaal: (C-d1)
Prestant 16
Subbas 16
Octaaf 8
Fluitbas 8
Roerquint 6
Octaaf 4
Mixtuur IV
Bazuin 16
Trombone 8
Trompet 4
Cinq 2
   

Home
Terug naar vorige pagina / Back to last page / Zurück