Rijssen, huisorgel

   
   
De dispositie van het Bahlman-orgel: (1986)

Manuaal I: (C-g3)
Holpijp 8 (C-b0 hout, vanaf c1 orgelmetaal)
Spitsfluit 4 (C - b0 hout, conisch, gedekt. vanaf c1
                 orgelmetaal, conisch, open)
Octaaf 2 (orgelmetaal)

Manuaal II: (C-g3)
Roerfluit 8 (C-b0 transmissie; vanaf c1 eigen pijpen, hout)
Roerfluit 4 (orgelmetaal, grootste pijpen inwendige roeren)
Spitsgamba 4 (vanaf a0; orgelmetaal, conisch)
Nasart 2 2/3 (vanaf c0; orgelmetaal, conisch)

Pedaal (C-f1), aangehangen

3 koppels
Tremulant
Calcant (= wind)

Bijzonderheden:
Mechanische gecombineerde sleeplade
Front met loze pijpen
Transmissie en tremulant pneumatisch
Toonhoogte = 440 Hz
Gelijkzwevende temperatuur
   
   

   
   

   
   

   

Foto's: Dick van Losser © 2009

   
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück