Capelle aan den IJssel, huisorgel Frank van Wingerden

   
   
Large Figure


















 

Large Figure















                                           De windlade
 

   
   
Large Figure

















 

Het Walsraam en rechts in het kastje de motor.

   
Large Figure

















 

rechts: De conducten.

   
Large Figure


















                                                                    Het binnenwerk. Op de voorgrond de Quint 3.
 

Foto's en tekst: Matthijs Breukhoven

   



Het orgel heeft een zeer wonderlijke lade zonder tooncancellen en alle pijpen staan op conduct. De conducten zijn van doorzichtig PVC slang vandaar ook de term slangenorgel. Het voordeel hiervan is dat men uit een register “bijna straffeloos” een transmissie kan maken. Zo is de Gemshoorn 4 uit het hoofdwerk de Gemshoorn 8 van het nevenwerk. Bij de grootste pijpen zijn die conducten zelfs ruim anderhalve meter lang.
Het orgeltje is mechanisch en heeft alleen voor het pedaal een walsraam. De mechanieken zijn zelf bedacht en gemaakt. Dit bleek
uiteindelijk de grootste klus. Het pijpwerk is deels gekocht en deels gekregen overtollig geworden materiaal. De winddruk is slechts 45 millimeter waterkolom. Door het ontbreken van zeer hoge registers klinkt het orgel heel intiem en niet schel.
Het was niet de bedoeling om een klein kerkorgel te bouwen. In een studeerkamer werkt dat niet. Er moet ook aan een orgeltoon iets te “raden”overblijven.  
Heel vermoeiend is het als orgelpijpen constant alles geven wat ze kunnen. De kas kan verder op allerlei manieren open van achteren en van voren. Ook dat levert nieuwe klank intensiteiten op. Het klinkt dan minder of meer direct. Zo verveelt een orgel niet gauw ook al is het maar klein.
De dispositie:


 
   
Hoofdwerk: (C-g3)
Holquint 8
Gemshoorn 4
 
Nevenwerk: (C-g3)
Gemshoorn 8
Gedektfluit 4
Quint 3
pedaal (C-f1) permanent aan hoofdwerk aangehangen
2 koppels: keerkoppel I+II en II+I
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück