Hildesheim, Andreaskirche

   
   

   
   

   
   

   
   

   
   

   

Fotos: © Willemijn Hissink

   
Het orgel werd door Rudolf von Beckerath in 1966 gebouwd ter vervanging van het Bader-orgel uit 1667 dat in de Tweede Wereldoorlog volledig werd verwoest.Bij een revisie in 1990 is een Setzer-systeem ingebouwd. De dispositie:
Hauptwerk:
Prinzipal 16
Oktave 8
Koppelgedackt 8
Oktave 4
Quinte 2 2/3
Oktave 2
Mixtur 6 fach (2')
Scharf 4 fach (2/3')
Trompete 16
Trompete 8
Trompete 4
Rückpositiv:
Prinzipal 8
Rohrflöte 8
Quintadena 8
Oktave 4
Blockflöte 4
Quintflöte 2 2/3
Oktave 2
Gemshorn 2
Quinte 1 1/3
Sesquialtera 2 fach
Scharfmixtur 5 fach (1 1/3')
Dulzian 16
Bärpfeife 8
Tremulant
Oberwerk (in zwelkast):
Quintadena 16
Viol Prinzipal 8
Holzflöte 8
Oktave 4
Rohrflöte 4
Nasat 2 2/3
Hohlflöte 2
Terz 1 3/5
Septime 1 1/7
None 8/9
Scharf 4-6 fach (1')
Klingend Zimbel 3 fach (1/6')
Englisch Horn 16
Oboe 8
Tremulant
Pedal:
Prinzipal 32
Oktave 16
Subbas 16
Oktave 8
Holzflöte 8
Oktave 4
Nachthorn 2
Hornaliquot 2 fach
Rauschpfeife 3 fach (4')
Mixtur 6 fach (2 2/3')
Posaune 32
Posaune 16
Trompete 8
Trompete 4
Zink 2
   
Brustwerk:
Holzgedackt 8
Holzprinzipal 4
Waldflöte 2
Gemsquinte 1 1/3
Schwiegel 1
Schlägtone 3 fach (2/5')
Scharfzimbel 4 fach (1/2')
Regal 8
Schalmei 4
Tremulant
Koppels en speelhulpen:
HW+OW, HW+RP, HW+BrW
P+HW, P+OW,P+RP
6 Freie Kombinationen
Pedalabsteller I für Prinzipale und Mixturen
Pedalabsteller II für Zungen und Hornaliquot
Electronisch Setzer-systeem met 6400 combinaties
Tractuur:
Gecombineerde tractuur
Het orgel heeft ook nog een kleine tweede speeltafel op de koorgalerij. Er is een dubbele galerij gebouwd wat typerend is
voor de Noord-Duitse orgelcultuur.Een koororgel is niet in de kerk aanwezig.
 
   

Home
Zurück