Oldeberkoop, Hervormde Kerk

   
   

 
 

 
 

 
 

 
 

 
   
Foto's: Wim Verburg © 2010
   

Foto: Arian van der Mark © 2007
Tekst: Arian van der Mark
Het eerste orgel in deze kerk is gebouwd door Gebr. Scheuer in 1858. Het binnenwerk is verloren gegaan. In 1914 plaatste de fa. v/h D. Ansingh & Co. Een harmonium in de Scheuer kas.
In 1919 plaatste van Dam, de laatste generatie, een nieuw orgel in de oude kas. De frontpijpen van Scheuer werden daarbij opnieuw gebruikt. Ook gebruikten zij een aanzienlijk bestanddeel ouder pijpwerk van Albertus van Gruisen.
Van Dam leverde een orgel op met 6 registers; geheel naar de smaak van die tijd met veel 8 voets registers (3 van 7) en slechts 2 viervoeten. Hoger klinkende pijpen werden door Van Dam niet in dit orgel geplaatst.
In 1975 werd door H. Dantuma een octaaf 2’ toegevoegd aan de dispositie. Deze paste echter minder goed in het klankbeeld.
In 1988 is het orgel gerestaureerd en gewijzigd door de fa. Mense
Ruiter orgelmakers te Zuidwolde. De windvoorzienig, windlade, klavieren en de mechanieken werden hersteld, de dispositie werd gewijzigd naar het klankbeeld van Van Gruissen. Het overgrote deel
van het pijpwerk is van de hand van Van Gruisen wat deze keuze rechtvaardigt.
In 1919 sloot Van Dam de oude frontpijpen van Scheuer opnieuw aan en vulde de Prestant 8’ aan met pijpen uit de Quint 3’ van Van Gruisen.

De geschiedenis van het Van Gruisen-orgel is als volgt: in 1787 bouwde Albertus van Gruisen een orgel voor de HK te Warga. In 1871 leverde L. v. Dam & Zn daar een nieuw orgel. Het oude namen ze in en een
deel van dat orgel kreeg een nieuwe bestemming in een éénklaviersorgel dat L. van Dam bouwde voor de Afgescheiden gemeente te Dokkum. Dit instrument werd in 1918vergroot en gemoderniseerd. Daarbij werd het Van Gruissen pijpwerk verwijderd en een jaar later kreeg het opnieuw een nieuwe bestemming in het Orgel in Oldeberkoop. Op het Van Gruisen pijpwerk zijn zowel inscripties ‘warga’ als ‘dokkum’ gevonden. Bij de laatste restauratie is een register van Van Dam niet teruggekeerd. De Violon 8’ kreeg een nieuwe bestemming in het Van Dam orgel (1908) in Middenbeemster HK.
De dispositie:  
Manuaal: C-g3
Bourdon 16 D (1787) aangehangen
Prestant 8 (B 1858, D1988)
Holpijp 8 (C-H 1919; c0-g3 1787)
Octaaf 4 (1787)
Fluit 4 (1787)
Quint 3 (30 pijpen uit 1787, overige 1988)
Octaaf 2 (1988, mensuren naar Van Gruisen)
Pedaal (C-g0), aangehangen

Arian van der Mark speelt All Post Communio van D. Zipoli
Toonhoogte bijna ½ toon boven normaal.
Gelijkzwevend gestemd.

Albert van Gruisen was zeer waarschijnlijk een leerling van de befaamde orgelmaker A.A. Hinsz. Bouwer van illustere orgels als Bolsward en Kampen.
Hoewel het niet geheel zeker is, mogen we ervan uitgaan dat er in ieder geval een sterke band tussen beide orgelmakers bestond. Zeker naar het einde van het leven van Hinsz toe nam Van Gruisen regelmatig een opdracht van Hinsz over omdat hij zich te ziek of te oud voelde worden. Hinsz had vermoedelijk de ziekte van Parkinson. Dit blijkt onder andere uit het steeds onstabieler wordende handschrift van Hinsz.
Ze hebben elkaar in ieder geval goed gekend, en Hinsz zal zeker goed op de hoogte zijn geweest van het kunnen van Van Gruisen, anders had hij hem niet als vervanger aangeraden.
   
   

Home
Naar het kerkgebouw
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück