Stavanger, Domkirke

   
   
  De dispositie van het Reil-orgel: (1991)
Hoofdwerk: (C-g3)
Prestant 16 (diskant dubbel)
Octaaf 8 (diskant dubbel)
Baarpijp 8
Quintfluit 6
Octaaf 4 (diskant dubbel)
Spitsfluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Terts 1 3/5
Mixtuur VI-VIII st.
Cymbel III st.
Trompet 16
Trompet 8
Vox Humana 8

Onderpositief: (C-g3)
Principaal 8
Gedekt Fluit 8
Flute Travers 8
Viola da Gamba 8
Unda Maris 8 (c0)
Octaaf 4
Open Fluit 4
Nachthoorn 2
Flageolet 1
Cornet IV st.
Trompet 8
Hobo 8
Tremulant
Rugwerk: (C-g3)
Praestant 8 (diskant dubbel)
Gedekt 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Roerfluit 4
Nasard 3
Octaaf 2
Woudfluit 2
Terts 1 3/5
Mixtuur V-VII st.
Cornet V st.
Sesquialter II st.
Fagot 16
Trompet 8
Dulciaan 8

Pedaal: (C-f1)
Praestant 16
Subbas 16
Octaaf 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Mixtuur VI st.
Bazuin 16
Dulciaan 16
Trompet 8
Cink 2
 

Koppels: II+I, I+II, II+III, P+II, P+I, P+III. Cymbelstern.
toonhoogte: a=443 Hz bij 18 gr. - stemming: Neidhardt 1724

Foto: Bert ten Hoeve
 

Home
Back to last page