Amsterdam, St. Willibrordus binnen de Veste

   
   

   

Foto:  jancoschout@solcon.nl

   
In 1862 bouwde F.C. Smits het orgel in Amsterdam. Het is n van de weinige Smits-orgel buiten Noord-Brabant. In 1882 werd het door de bouwer vergroot en voltooid. Adema plaatste in 1896 een Barker-machine op het Hoofdwerk. In 1941/1942 voerde Joseph Adema een restauratie uit, waarbij hij de dispositie ook wijzigde. Het werd jarenlang niet gebruikt, totdat in 1985 aan de bel werd getrokken. Het instrument was al in 1973 door de gemeente Amsterdam gekenmerkt als een uitzonderlijk instrument in de klasse A. Restauratie liet lang om zich wachten:
pas in 1997 werd begonnen door Vermeulen uit Weert. Hans van der Harst stelde een plan op voor de restauratie. Na het opgaan van Vermeulen in het bedrijf van Flentrop zette deze firma de restauratie van het pijpwerk voort. De windladen, blaasbalgen en het rugpositief werden uitbesteed aan de firma Elbertse te Soest. De dispositie:
Hoofdwerk:
Prestant 16
Bourdon 16
Octaaf 8
Roerfluit 8
Portunaal 8
Octaaf 4
Fluit Harmoniek 4
Quint 3
Octaaf 2
Cornet V sterk
Mixtuur IV-V sterk (1942)
Groot Sexquialter I-II sterk (1942)
Trompet 8
Bovenwerk (in zwelkast):
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Viola di Gamba 8
Vox Coelestis 8
Octaaf 4
Gemshoorn 4
Doublet 2
Sexquialter I-II sterk
Scherp IV sterk (1942)
Trechterregaal 16
Schalmey 8
Rugwerk:
Salicet 8
Holpijp 8
Quintadeen 8
Vioolprestant 4
Holfluit 4
Flageolet 2
Sifflet 1
Cornet III sterk (g0)
Cymbaal IV sterk (1942)
Kromhoorn 8
Tremulant
Pedaal:
Major 32
Prestant 16
Subbas 16
Openbas 8
Wijdgedekt 8
Koraalbas 4
Holquintadeen 4
Nachthoorn 2
Ruischpijp IV sterk
Bazuin 16
   
   

Home
Naar situatie orgel n restauratie
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurck