Haulerwijk, Boerenschuur

   
   
Het orgel in de voormalig gereformeerde kerk in Amsterdam werd in 1965 gebouwd door de firma Reil uit Heerde. Het werd op 24 december van dat jaar in gebruik genomen, blijkens een inscriptie in de lessenaar.

Foto: Arian van der Mark 2006

De dispositie van het orgel:
Hoofdwerk: (C-f3)
Roerfluit 8
Prestant 4
Quint 2 2/3
Terts 1 3/5 D
Scherp IV

Rugwerk: (C-f3)
Holpijp 8
Roerfluit 4
Prestant 2

Pedaal: (C-f1)
Subbas 16

3 koppels
   
   
Het orgel is zeer compact gebouwd. Elk werk heeft z’n eigen kas. De maten van het orgel zijn als volgt:
Hoofdwerk kas: (HxBxD) 380x200x48
Rugwerk kas: 166x153x48
Pedaal kas: 360x200x45
De ruimte tussen de hoofdwerkkas en rugwerkkas is 102 cm; tussen de hoofdwerkkas en de pedaalkas bedraagt de ruimte 44 cm. Tussen deze twee kassen is de windmotor weggewerkt.
Het totale vloeroppervlakte bedraagt: 200x285.
De windmotor werkte niet bij ons bezoek. Mogelijk omdat niet beide fasen aangesloten zijn in de stoppenkast. De motor zal nagezien moeten worden. Naast de klaviatuur bevinden zich aan weerszijden een verticale rij met registertrekkers. Links van het klavier bevinden zich de trekkers van het rugpositief, het pedaal en de pedaalkoppelingen (2 st.). rechts van de klaviatuur bevinden zich de trekkers van het hoofdwerk en de manuaalkoppel.
De toetsen van het rugpositief zaten af en toe vast. Mogelijk dat de mechaniek moet worden nagezien. Het is nu niet in te schatten in hoeverre hier extra kosten achterwege kunnen komen. Overigens is het niet mijn verwachting dat dit veel kosten met zich mee gaat brengen.
Wel moet hier en daar het schapenleer vervangen worden. Bij onze inspectie bleek dat dit op verschillende plaatsen is uitgedroogd.
De kassen van het Hw en Ped zijn, ter bevordering van de klankuitstraling, open gewerkt.

Bij een tweede inspectieronde kwamen we er achter dat de vloer tussen het hoofdwerk en het rugpositief enigszins doorbuigt, en dat is een van de oorzaken van de hangers in het rugpositief. Dit zal dus hersteld moeten worden. Ook helt de windlade van het rugpositie enigszins voorover, de kerk in. Dit komt omdat het gehele orgel op de balustradevloer rust behalve de lade van het RP. Deze rust op twee balken en deze buigen enigszins door. In de ventielkast van het RP viel ons de geringe opgang van de ventielen op. Niet meer dan de dikte van het vilt + leer.
De slepen zijn gemaakt van plexiglas en functioneren goed.
Het pijpwerk van het rugpositief is hier en daar behoorlijk beschadigd. Er zal het nodige uitdeukwerk te doen zijn voor een orgelmaker.
Omdat we deze keer een andere windmotor meegenomen hadden konden we nu wel een goede indruk krijgen van de totaalklank. Zoals verwacht was de stemming niet optimaal. Met name het RP is erg ontstemd, maar gezien de vele beschadigingen aan het pijpwerk (baldadige jeugd? De kas is nl. open) is dat ook wel te verklaren. Onze indruk is buitengewoon positief. Een orgel met veel karakter waarbij met name de fluiten 8’ opvallen vanwege het liefelijke karakter. Mooi van toon, goed van draagkracht. Ook de subbas 16’ op het pedaal is een duidelijke aanvulling op de totaalklank en verleent veel steun en diepte. De kracht komt vanuit de Prestant 4’. Deze klinkt sterk maar niet overheersend. Het plenum mengt mooi, is wel neobarok van klank, maar beslist niet te scherp.

Verder valt op dat de kas, uitgevoerd in eiken, buitengewoon degelijk is gemaakt. Alle belangrijke verbindingen zijn d.m.v. zwaluwstaartverbindingen gerealiseerd. Opmerkelijk is de enerzijds typisch neobarokke bouwtrant om gebruik te maken van nieuwe materialen zoals aluminium, plexiglas en kunststof en anderzijds de weer meer historiserend georiënteerde loden conducten die de frontpijpen voeden vanuit de windlade.
   
   

Home
Naar voormalige standplaats
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück