Bilthoven, Centrumkerk

   
   

Het Van Vulpen orgel in de Noorderkerk
Het orgel is een zgn. acht-voets orgel. De basis daarvoor is het Prestant 8’ register. Het woord Prestant komt van het latijnse woord prestare, dat “vooraan staan” betekent. Het zijn de pijpen die vooraan in de orgelkas staan. Omdat er op het manuaal 54 toetsen zitten, heeft elk register 54 pijpen, of een veelvoud daarvan als een register 2 of 3 sterk wordt uitgevoerd. Het pedaal heeft 27 tonen, dus de helft van een manuaal. Orgelpijpen worden altijd met een toevoeging voor hun “lengte” in voeten (ca 30 cm) aangegeven. Dat is de totale lengte van het corpus, anders gezegd, de luchtkolom in de pijp.
In het hoofdwerk staat de Prestant 8’ vooraan, daarachter staan de andere pijpen. De Octaaf 4’ is een octaaf hoger dan de Prestant 8’ en behoort qua klank tot de Prestant familie. Dat geldt ook voor de Octaaf 2’, die twee octaven hoger staat dan de Prestant 8’. De Holpijp 8’ is een fluit met een holle zangerige klank, de holpijp is aan de bovenzijde niet open maar gedekt. De Quintfluit 3’ is ook een fluitregister, een enkelvoudige vulstem met een wijde mensuur (zeg maar pijpdoorsnee) en een klankhoogte tussen 2 en 4 voet. De Sesquialter is een 2 sterk uitgevoerd vulstemregister uit de Prestant familie en dient in combinatie met grondtoonregisters gebruikt te worden. De Sesquialter is geschikt als uitkomende stem. De Mixtuur is een 2-3 sterk uitgevoerde vulstem, met hoge tonen, die kracht en glans geven aan het geheel van stemmen. De Dulciaan 8’ is het enige tongwerk register. Een tongwerk heeft een halfrond messing keel (staafje) met een messing tong

(trilplaatje) zoals in een mondharmonica, waarvan de trilling versterkt wordt door een schalbeker (een soort toeter). Het klinkt ongeveer als een fagot. Het geeft veel kleur aan het geheel en is een prachtige solostem. Het is “de sjeu van het orgel” volgens de orgelmaker!

 

Foto's en tekst: Michiel Hildebrand

 
   

De Noorderkerk is een aantal jaren geleden gesloten. Het orgel is overgeplaatst naar de Centrumkerk. Deze kerk heette voorheen Julianakerk, en is na een verbouwing Centrumkerk gaan heten. Links op de foto zie je de nieuwe situatie in de Centrumkerk.
   
   
De dispositie:

Hoofdwerk:
Prestant 8’
Holpijp 8’
Octaaf 4’
Quintfluit 3’
Octaaf 2’
Sesquialter 2 st.
Mixtuur 2-3 st.
Dulciaan 8’

Borstwerk:
Gedekt 8
Spitsfluit 4
Woudfluit 2
COrnet III st.

Pedaal:
Subbas 16
De pijpen van het hoofdwerk en het borstwerk worden in een legering van tin en lood uitgevoerd. De subbas in het pedaal wordt van eikenhout gemaakt.

“Hoofdwerk” en “borstwerk” slaan op de plaats waar deze delen van het orgel zich t.o.v. de organist bevinden. In grotere orgels is er ook vaak nog een “rugwerk” en een “bovenwerk”.

Het borstwerk is van belang om met een zgn. uitkomende stem te kunnen begeleiden. Dit is bij het zingen van minder bekende melodieën nuttig, zeker als er opnieuw een nieuw liedboek komt. De Gedekt 8’ is een fluitregister met een wat engere mensuur dan de Holpijp 8’ en klinkt wat zachter. Het is ook een gedekte pijp. De Spitsfluit 4’ is als enige niet cilindrisch, maar conisch van vorm, is niet aan de bovenzijde gedekt en heeft een heldere klank. De Woudfluit 2’ heeft een open cylindrische pijp van een wijde mensuur, waardoor deze een wat rondere klank krijgt dan de Octaaf 2’. De Cornet is een 3 sterk uitgevoerde vulstem uit het fluitregister, die evenals de Sesquialter in combinatie met grondtoon registers gebruikt dient te worden. De Cornet is zeer geschikt als uitkomende stem.

De Subbas 16 in het pedaal is een lage grondtoon. Het is de bas in het koor van stemmen.

Het orgel heeft 13 registers en 876 pijpen.
   
   

Home
Terug naar vorige pagina / Back to last page / Zurück