Rijssen, Noorderkerk

   
   

   
   

   
   

   
De dispositie van het Koppejan-orgel: (1938)  
Hoofdwerk: (C-g3)
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Gamba 8 (zwevend t.o. Holpijp)
Octaaf 4
Roerfluit 4
Quint 2 2/3
Octaaf 2
Terts 1 3/5
Mixtuur 5-6 sterk
Sexquialter 2 sterk. (comb.)
Cornet 3 st.
Trompet 8
Zwelwerk: (C-g3)
(eigenlijk tot g4 vanwege
octaafkoppel)

Vioolprestant 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Fluit 4
Woudfluit 2
Nasard 1 1/3
Terts 1 1/7 (= 1 vt)
Hobo 8
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16
Gedekt 16 (transm)
Prestant 8 (transm)
Mixtuur 2 st.
Bazuin 16
Speelhulpen:
Voor de vrije combinatie zijn boven de registerwippers kleine trekknopjes
aangebracht.
Koppels: Sup. I; I-II; Ped.-I; Ped.-II; Sub II-I; Sup. II-I.

Tremolo (man. II)
Als drukknoppen zijn de volgende speelhulpen aangebracht in de lijst onder
het onderklavier:
automatisch pianopedaal + oplosser
generaal crescendo + oplosser
vrije combinatie + oplosser
vaste combinaties: PP - P - MF - F - T + oplosser
tongwerken af + oplosser
Crescendopedaal

Tractuur: pneumatisch. Registercancelladen, uitgevoerd als kegelladen

   
   

De foto's op deze pagina: D. Sanderman ©  2002.
Bron tekst: D. Sanderman

   
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück